Een man van (te) veel woorden: Hoe de FBI de Unabomber op het spoor kwam

“Publiceer mijn manifest en ik zal stoppen met mijn bomaanslagen.” De Unabomber (University and Airline Bomber) hield Amerika jarenlang in zijn greep. Zijn bommen maakten tussen 1978 en 1995 tientallen gewonden en enkele doden. Zijn doel? Bekendheid vragen voor zijn manifest over de kwade invloed van technologie op de maatschappij. Wat hij waarschijnlijk niet had verwacht, is dat zijn taalgebruik hem uiteindelijk zou verraden. Met het manifest van 35.000 woorden had de FBI goud in handen!

In deze post leg ik je uit hoe de FBI aan de hand van het taalgebruik in het manifest kon afleiden wie de Unabomber was.

Gestoorde professor

In de Netflixserie Manhunt: Unabomb volgen we FBI-agent James Fitzgerald in zijn zoektocht naar de Unabomber. Fitzgerald had als een van de eersten door wat voor waarde het taalgebruik in het manifest kon hebben in het opsporingsonderzoek. Hij las het ingewikkelde manifest van voor tot achter door en besteedde weken aan het bestuderen van de tekst. Omdat in 1995 computers nog geen gemeengoed waren, analyseerde Fitzgerald het document met de hand. Hij gebruikte verschillende kleuren om elementen in de tekst te markeren die hem opvielen. Zo had hij een kleur voor taal- en typefouten, die hij bijna niet hoefde te gebruiken, en een andere kleur voor lastig te lezen constructies die bij nader onderzoek correct bleken. Ook anderszins opvallende formuleringen kregen een kleurtje.

Al snel bleek dat het manifest voldeed aan de eisen van proefschriften uit de jaren ’50 à ’60. Zo zat er na de titelpagina een pagina met correcties, werden er voetnoten en bronverwijzingen gebruikt, en waren alle alinea’s in de tekst genummerd. Daarnaast kon Fitzgerald haast geen fouten in het document vinden, terwijl het geschreven was op een typemachine. Het taalniveau van de auteur was dus bijzonder hoog. Deze kenmerken wezen erop dat de Unabomber een universitaire opleiding had gevolgd en waarschijnlijk gepromoveerd was. Dat riep het beeld van een gestoorde professor op. Tegelijk viel uit de inhoud van de tekst op te maken dat de Unabomber zich afzette tegen de technologische ontwikkelingen in de samenleving. Hij gebruikte ook alleen referenties naar wetenschappelijke bronnen en niet naar kranten, radio of televisie. Daaruit maakte Fitzgerald op dat de Unabomber waarschijnlijk geen televisie had en een afgezonderd bestaan leidde.

Eigenaardige woordkeuzes

Het manifest stond bol van de eigenaardige woordkeuzes. Zo markeerde Fitzgerald woorden als chimerical (ingebeeld), coreligionist (geloofsgenoot), anomie (normloosheid), en vacuity (vacuüm). Hoewel vast meer mensen deze woorden gebruiken, is de combinatie ervan misschien wel uniek. Er bestaat echter geen database met schrijfstijlen van alle mogelijke auteurs. Zonder dat een verdachte in beeld is, is het dus niet mogelijk om vanuit een tekst bij één persoon uit te komen (individualiseren).

Zo’n onderzoek kan pas worden ingezet zodra een of meer verdachten in beeld zijn. Dat maakt het namelijk mogelijk om het taalgebruik van verdachten te vergelijken met de anonieme teksten. Dat heet auteurschapsanalyse en wordt idealiter uitgevoerd door een taalkundige.

Herkenning door familie

De zaak van de Unabomber was uniek, omdat de initiële auteurschapsanalyse werd uitgevoerd door de familie van de Unabomber. Ze herkenden het manifest, dat in de New York Times en Washington Post was gepubliceerd, aan de onderwerpen en het taalgebruik van Ted Kaczynski. Een formulering die er uitsprong was cool-headed logicians, een term die Ted vaker gebruikte. Het feit dat hij geïsoleerd in het bos leefde zonder stromend water en elektriciteit maakte dat de FBI deze tip erg interessant vond. Het was echter de eerste keer dat iemand als verdachte werd aangedragen op basis van taalgebruik. De tip vormde daarom nog niet voldoende aanleiding voor een huiszoeking.

De broer en moeder van Ted gingen op zoek naar oude brieven en teksten die Fitzgerald kon gebruiken als vergelijkingsmateriaal. Fitzgerald stelde een team samen met twaalf ad hoc getrainde FBI-agenten om alle documenten te kunnen analyseren. Hun uitvoerige auteurschapsanalyse leverde uiteindelijk voldoende bewijs op voor een doorzoeking. In de hut van Ted Kaczynski werden bommen en bomonderdelen aangetroffen, evenals de typemachine waarop het manifest was geschreven: een vintage SmithCorona uit 1930. Kaczynski, afgestudeerd wiskundige aan Harvard en gepromoveerd op een tot dan toe onopgelost vraagstuk aan de Universiteit van Michigan, werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

De typemachine van Ted Kaczynski. In 2011 werden de spullen van de Unabomber geveild. De opbrengst ging naar zijn slachtoffers en/of hun nabestaanden. Foto: US Marshalls Public Affairs (2011)

Manifest met een strik erom

De Unabomber is een atypische zaak. Zeer zelden gaat een misdaad gepaard met de publicatie van een manifest. In veel zaken zijn er zelfs maar één of twee WhatsApp-berichtjes waarvan de auteur wordt betwist. Het is dan maar de vraag of er voldoende aanknopingspunten zijn voor een auteurschapsanalyse. Het manifest dat de Unabomber schreef was dus eigenlijk een cadeautje aan de FBI, die hem na zeven jaar nog steeds niet op het spoor was. Tegelijk heeft de zaak forensische taalkunde op de kaart gezet. Dus, Unabomber, bedankt voor je cadeau.

Meer weten?

Jamer R. Fitzgerald (2004). Using a forensic linguistic approach to track the Unabomber. In: J. Campbell & D. DeNevi (red.), Profilers (hoofdstuk 14). New York: Prometheus Books.

Manhunt: Unambomber (2017). Discovery Communications & Trigger Street Communications, Netflix.

Hoofdfoto: Da Kraplak via Unsplash

Eén reactie

Geef een reactie op Forensische taalkunde: De rol van taal bij de opsporing – Lingua Forensica Reactie annuleren