Forensische taalkunde: De rol van taal bij de opsporing

Met het toenemende aantal gevallen van stalking en online bedreiging lijkt de rol van taalkundigen in de opsporing steeds belangrijker te worden. James R. Fitzgerald, technisch adviseur van de populaire televisieserie Criminal Minds en tevens gepensioneerd FBI-agent, geeft elk jaar samen met (forensisch) taalkundige Dr. Robert Leonard een snelcursus forensische taalkunde aan de Hofstra University (in Hempstead, New York). In april 2015 nam ik deel aan deze cursus als aanvulling op mijn master Opsporingscriminologie. Ik nam de gelegenheid om Fitzgerald enkele vragen te stellen.

Dit interview verscheen op 4 mei 2015 op de website van Crimelink en werd geredigeerd door Archie Barneveld.

Meike_Fitzgerald

Update: inmiddels heeft het werk en leven van James (spreek uit: Jim) Fitzgerald gediend als inspiratie voor de spannende serie Manhunt: Unabomber (lees ook deze post), die onder andere op Netflix te bekijken is. Als je geïnteresseerd bent in de onderwerpen taal en recht, is dit een absolute aanrader!

V: Forensische taalkunde, wat houdt dat nou eigenlijk precies in?

A: Forensische taalkunde (of: linguïstiek) is de toepassing van taalkundige analyses bij de opsporing en berechting van criminelen. Een voorbeeld van het werk van forensisch taalkundigen is het onderzoeken van auteurschapskwesties. Dit houdt in de praktijk meestal in dat we een document vinden dat belangrijk is voor het opsporingsonderzoek, en dat we één of enkele verdachten hebben die mogelijk de auteur zijn van het stuk. Door te kijken naar specifieke, unieke kenmerken in bekende stukken van de verdachte en deze te vergelijken met het document in kwestie, kan vaak met behoorlijke mate van zekerheid worden vastgesteld of de verdachte inderdaad de auteur van het stuk is. Dit kan belangrijk zijn bij vermeende gevallen van plagiaat of vervalste documenten, maar wordt ook vaak toegepast bij bedreigingen of zelfmoordbrieven. In dat laatste geval kan een analyse het verschil maken tussen zelfdoding en moord, wat voor de nabestaanden van doorslaggevend belang kan zijn bij de verwerking.

V: Ik kan me voorstellen dat er niet altijd meteen verdachten in beeld zijn. Kan taal in die fase ook al een rol spelen?

A: Jazeker, vanaf het moment dat de FBI een geschreven document in handen krijgt, wordt er een taalkundige op gezet. Dit gaat niet altijd goed: er was eens een enveloppe veiliggesteld die was achtergelaten door een sniper. Hij had al een aantal slachtoffers gemaakt en schreef in de brief dat hij naar een bepaalde telefooncel zou bellen. Als de FBI daar niet op de afgesproken tijd zou zijn, zou hij meer slachtoffers maken. Helaas had het forensische team zorgvuldig alle procedures voor forensisch bewijs gevolgd en de brief als bewijs in een zakje opgeborgen voor analyse in het lab. De brief werd daarom veel te laat gelezen en er was weer een nieuw slachtoffer gevallen.

V: Had je dat kunnen voorkomen als je de brief op tijd gekregen had?

A: Dat is altijd moeilijk om achteraf te zeggen. Het risico bestond natuurlijk dat de sniper het juist op de agent had gemunt die de telefoon zou opnemen. Als ik de brief meteen gelezen had, had ik wel een team op de telefooncel afgestuurd, omdat je via een gesprek meer kunt achterhalen over de identiteit en motieven van de dader. Door in dialoog te gaan, kom je een stapje dichterbij. Maar het zou uniek zijn als je na het lezen van één brief of door het voeren van één telefoongesprek meteen weet wie de dader is.

V: Hoe kun je dan van een brief bij een dader uitkomen?

A: Hiervoor is altijd extra bewijs nodig. Er bestaat namelijk geen database van typerende schrijfstijlen. Pas als er referentiemateriaal is van een verdachte, dus geschreven documenten zoals brieven of mails, kan ik een vergelijking maken. Wat we als taalkundige kunnen doen als er nog niemand in beeld is, is het maken van een dreigingsanalyse of het opstellen van een taalkundig profiel met de waarschijnlijke achtergrondkenmerken van de dader.

V: Hoe gedetailleerd is zo’n taalkundig profiel?

A: Door een analyse te maken van de taal in een bepaalde tekst kunnen we in de meeste gevallen uit de tekst opmaken of de schrijver een man of een vrouw is, of hij jong of oud is en of hij een eerste of tweede taalspreker is. Soms proberen mensen zich te verschuilen door expres fouten te maken en zich voor te doen als ongeschoold of niet-moedertaalspreker. Bijna altijd verraden ze zich door inconsistentie: ze schrijven bijvoorbeeld een makkelijk woord helemaal verkeerd en een moeilijk woord correct, of ze schrijven een woord aan het begin van de tekst verkeerd en schrijven hetzelfde woord later “per ongeluk” wel goed. En als mensen zich juist slimmer voor proberen te doen, kijken we daar al helemaal zo doorheen. Deze gegevens kunnen de politie richting geven bij het opsporingsonderzoek en kunnen extra aandacht vestigen op bepaalde verdachten.

V: Ben je wel eens flink om de tuin geleid?

A: Helaas hebben we allemaal wel een keer zaken die wat minder succesvol zijn. Een zaak die me altijd bij zal blijven is een zaak waarbij een man allerlei bommen plaatste. Ze waren op zich niet heel gevaarlijk, maar zorgden wel voor veel onrust. De man die de bommen plaatste belde de politie een aantal malen en hij sprak keurig Amerikaans. In het profiel schreef ik dan ook dat het om een blanke man ging. Ik was ervan overtuigd! Later bleek het een donkere man te zijn, die heel goed een standaard Amerikaans accent kon opzetten. In Amerika spreken de meeste donkere mensen “black English”, wat je zou kunnen zien als een soort dialect. Maar deze man had me goed beetgenomen! Ik ben nu voorzichtiger bij het trekken van conclusies.

V: Kun je een voorbeeld noemen van een zaak waarbij taal juist wel een belangrijke rol heeft gespeeld?

A: Een van de eerste zaken waarbij ik me in taal verdiepte was de Unabomber case. Deze zaak speelde in de jaren ’70, ’80 en ’90 en in totaal gingen er zestien bommen af op verschillende locaties in Amerika. Drie mensen kwamen hierbij te overlijden en er raakten tientallen mensen (zwaar) gewond. De FBI kon maar niet achter de identiteit van de dader komen, ook al schreef de dader ons brieven. Uiteindelijk schreef hij een manifest van 35.000 woorden, dat we hebben laten publiceren in de krant om verdere bommen te voorkomen. Sommige bewoordingen bleken zo typerend dat de broer van Theodore (Ted) Kaczynski ze herkende en de politie belde. Door het manifest te vergelijken met stukken die Kaczynski eerder had geschreven, konden we waterdicht aantonen dat hij de schrijver van het manifest en dus de Unabomber was. Deze zaak heeft me het belang van taal laten inzien en sindsdien ben ik me gaan verdiepen in forensische taalkunde. Ik ben daarin niet de enige: tegenwoordig zijn er zelfs speciale opleidingen in forensische taalkunde, ook al is die op Hofstra op dit moment de enige in Amerika.

V: Je geeft ook advies aan de makers van Criminal Minds. Put je daarbij uit je eigen ervaringen?

A: Een van mijn belangrijkste taken bij de serie is om ervoor te zorgen dat er geen feitelijke onjuistheden in het verhaal zitten. Maar natuurlijk zorgt mijn ervaring bij de FBI voor een grote bron van inspiratie. We hebben bijvoorbeeld ook een tijdje een forensisch taalkundige in het team gebracht (Blake, red.). Dit personage is gedeeltelijk op mij gebaseerd, maar voornamelijk op mijn verloofde Natalie Schilling, docent taalkunde aan Georgetown. Een aflevering die het dichtstbij de realiteit ligt is er één waarin een verdachte wordt veroordeeld omdat hij het woord “light bulb” (gloeilamp) als “light bug” schrijft. Dat doet hij niet alleen in een anonieme brief, maar ook mondeling in een politieverhoor. Nader onderzoek laat zien dat dit een unieke vergissing is en dat voor zover bekend niemand anders een gloeilamp zo noemt. Zoiets is zeer overtuigend en leidde zowel in het echt als in de serie tot een veroordeling.

V: Bevatten alle brieven dat soort bijzonderheden? Of bestaat er ook zoiets als neutraal taalgebruik?

A: Eigenlijk zijn er uit elke tekst wel speciale kenmerken af te leiden. Als schrijver maak je nou eenmaal keuzes en die maak je meestal consequent. In de forensische taalkunde zeggen we dat iedereen een eigen idiolect heeft. Dat kun je bijna zien als een taalkundige vingerafdruk. Een voorbeeld van kenmerken van iemands idiolect is het gebruik van interpunctie. Sommige mensen gebruiken voor een beletselteken (…) maar twee of juist meer dan drie puntjes. Zoiets is karakteriserend en kan een aanwijzing zijn dat twee teksten door dezelfde auteur zijn geschreven. Ook zijn er bepaalde woorden die karakteriserend zijn voor een bepaalde streek. Zo was er een keer een losgeldeis waarin stond dat het losgeld op een bepaalde straat op de “devil strip” geleverd moest worden. Dan weet je meteen dat de schrijver uit Akron, Ohio komt, omdat ze alleen daar een woord hebben voor het stukje gras tussen de straat en de stoep. Als je dat weet, heb je opeens meer informatie over de dader.

V: Tot slot: je bent net met pensioen gegaan als FBI-agent. Heb je nog ambities?

A: Op dit moment ben ik vooral druk met het geven van trainingen op universiteiten en politiescholen. Daarnaast voer ik taalkundige analyses uit voor rechtszaken en treed ik vaak op als getuigendeskundige. En ik geef dus advies bij het maken van nieuwe afleveringen van Criminal Minds. Maar mijn belangrijkste project is momenteel toch wel het schrijven van mijn memoires. Het eerste deel is net uit en gaat over de weg die ik heb afgelegd voordat ik bij de FBI terechtkwam. Mijn ambitie is om nog twee delen uit te geven, over mijn werk bij de FBI en in het bijzonder over mijn werk als forensisch taalkundige. Ik wil de wereld graag wat achterlaten van alle kennis en ervaring die ik in mijn leven heb opgedaan.

Eén reactie

  1. […] Afgelopen voorjaar volgde ik een training Forensic Linguistics aan de Hofstra University in Hempstead, New York. Daar kregen we les van voormalig FBI-agent James Fitzgerald, die nu advies geeft aan de bedenkers van Criminal Minds. De aflevering ‘Gabby’ uit seizoen 9 is bijvoorbeeld gebaseerd op een van zijn zaken. Een verdachte noemde een ‘light bulb’ (gloeilamp) tijdens het politieverhoor ‘light bug’. Toevallig stond dat ook in een van de brieven die de dader aan de politie had geschreven. Het gebruik van deze term bleek ontzettend uniek: geen enkele deskundige had er ooit van gehoord en ook het intypen in Google leverde niets op. De man werd mede dankzij deze vondst veroordeeld. Zie ook mijn interview met Fitzgerald. […]

    Like

Geef een reactie op Een dichtgesnoerde mond – Lingua Forensica Reactie annuleren