Na het gymnasium wilde ik eigenlijk diergeneeskunde doen, of toch maar gewoon geneeskunde. Ik wist het eigenlijk niet. Ik had zes jaar lang keihard geknokt voor alle bèta-vakken en zelfs in mijn avonduren een dieren-EHBO-diploma gehaald. Na mijn eindexamens merkte ik dat ik eigenlijk best wel klaar was met vakken als scheikunde, biologie en natuurkunde. Wat ik wél leuk vond waren de vakken Nederlands, Engels, Duits en Latijn. Dat deed ik tot dan toe altijd maar even snel tussendoor en beschouwde ik niet echt als leren. Toch koos ik op het laatste moment voor mijn hobby: taal.
Communicatie- en Informatiewetenschappen (CIW)

Tijdens mijn bachelor CIW aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (2010-2013) kreeg ik steeds sterker het gevoel dat ik maar een beetje plezier aan het maken was in mijn leven. Dit was toch niet studeren? Ik vond het allemaal veel te leuk en voelde me niet bepaald zinvol bezig. Toen ik in mijn tweede jaar de forensische taalkunde ontdekte, merkte ik dat ik dat dermate leuk én nuttig vond, dat ik besloot vanaf mijn derde jaar ook criminologie te gaan studeren. Die zomer deed ik een onderzoeksstage bij het NSCR naar de compleetheid en accuratesse van processen-verbaal. Mijn droom was vanaf dat moment om forensisch taalkundige te worden.
Scriptie: Het politiedossier als misdaadroman: De effectiviteit van storytelling bij het oplossen van moordzaken [begeleider: Dr. Tessa van Charldorp, cijfer: 8]
(Opsporings)criminologie
Na een bachelor criminologie, die ik in twee jaar afrondde (2012-2014), ging ik verder met de master opsporingscriminologie (2014-2015). Omdat criminologie een veelomvattende studie is en o.a. de velden psychologie, sociologie, strafrecht, economie en taalkunde combineert, wist ik na mijn master van alles een beetje. Ik voelde me nou niet bepaald een specialist. Daarom besloot ik dat ik me verder wilde specialiseren in het – in mijn ogen – leukste vak van de criminologie: rechtspsychologie. Daarvoor moest ik afreizen naar Maastricht. Ik besloot mijn criminologische kennis uit te breiden door ook de Maastrichtse variant van criminologie erbij te doen. Want, zo dacht ik, wat moet je anders doen in Maastricht!
Scriptie (bachelor): Buigen voor gezag? Een veldonderzoek naar hulpgedrag tegenover burgers en gezagsdragers in drie Amsterdamse wijken [begeleider: Dr. Arjan Blokland, cijfer: 8]
Scriptie (master): CSI Snoopology: Finding new ways to study offender profiling [begeleider: dr. Jasper van der Kemp, cijfer: 8]
Forensica, Criminologie en Rechtspleging
De forensica-master (2015-2016) is in beginsel ontwikkeld voor mensen die strafrecht studeren en later advocaat, rechter of officier van justitie willen worden. De opleiding combineert alle kennis die voor hen mogelijk van pas komt tijdens de uitvoering van hun beroep. Zo worden juridische aspecten van bewijs behandeld, maar ook technische. Met die kennis kan een latere jurist beter inschatten wat de waarde is van bijvoorbeeld DNA-bewijs of het vinden van een vingerafdruk. De studie gaat ook in op het kritisch beoordelen van getuigenbewijs, als onderdeel van het vak rechtspsychologie.
Scriptie: The regulation of suspect questioning in Western Europe: A comparative study to the law’s restrictions and requirements [begeleider: Dr. Robert Horselenberg, cijfer: 7,5]

Rechtspsychologie
Daarnaast deed ik in het collegejaar 2015-2016 dus de opleiding rechtspsychologie (of eigenlijk: Psychology and Law). Waar de forensica-master me meer verdieping gaf aan de strafrechtelijke kant, was dit een echte psychologie-opleiding. Ik leerde over psychologische aspecten van daders en (onschuldige) verdachten, van getuigen en slachtoffers, van deskundigen zoals DNA-analisten, en van rechters. Bij al die personen heeft de werking van het menselijk brein invloed op hun gedrag en beslissingen. Binnen de opleiding kon ik me specialiseren in forensisch spraakonderzoek, via docent en spraakonderzoeker Dr. Maartje Schreuder. Ik onderzocht elementen die het oordeel van een forensisch taalkundige kunnen beïnvloeden of sturen. Via dat onderzoek kreeg ik de kans om te werken als “Vooronderzoeker forensisch spraakonderzoek” bij The Maastricht Forensic Institute (TMFI). Om een échte spraakonderzoeker te worden had ik echter wel een doctorstitel en een taalkundige mastergraad nodig.
Scriptie: What did he say? Expectancy bias in forensic speech transcription [begeleider: Dr. Maartje Schreuder, cijfer: 8]
Alsof mijn gebeden gehoord waren, kreeg ik toen ineens bericht van een nieuwe master: forensische taalkunde. Het was een specialisatie van de onderzoeksmaster Taalwetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een onderzoeksmaster zou mijn kansen op een promotieplek vergroten. Deze kans was na al mijn verschillende projecten de kers op de taart!
Forensische Taalkunde
Binnen de master forensische taalkunde (of eigenlijk: Forensic Linguistics) was ik vooral geïnteresseerd in hoe taal gebruikt kan worden als bewijs in rechtszaken. Geïnspireerd op enkele vragen in echte opsporingsonderzoeken, voerde ik met mijn begeleiders een experiment uit om te kijken in hoeverre mensen in staat zijn hun identiteit te verhullen op WhatsApp. Omdat de master vooral focuste op geschreven taal, volgde ik een extra vak over forensisch spraakonderzoek aan de Universiteit Leiden. Dat werd gegeven door Dr. Tina Cambier-Langeveld, die onder andere bij het Nederlands Forensisch Instituut werkt. Rond dezelfde tijd kwam een vacature online van een promotieplek in Leiden. Het was een positie in het onderzoeksveld forensisch spraakonderzoek, een veld waar ik pas net in was begonnen. Aangemoedigd door Maartje Schreuder besloot ik het toch te proberen.
Scriptie: Disguise and imitation of language style in WhatsApp messages: An analysis of linguistic and stylistic variation in manipulated texts [begeleiders: Dr. Fleur van der Houwen & Dr. Sue Blackwell, cijfer: 8,5]
Promovenda Forensische Fonetiek
De positie werd aangeboden door Dr. Willemijn Heeren, die een VIDI-beurs had gekregen van het NWO (de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) voor haar onderzoek The Speaker in Speech – the interdependence of linguistic and indexical information. Ze besloot uiteindelijk twee promovendi aan te nemen: Laura Smorenburg en mij. Dat betekent dat ik de komende vier jaar lang onderzoek mag doen naar hoe mensen bepaalde klanken uitspreken en hoe verschillende personen daarin onderling van elkaar verschillen. In het bijzonder kijk ik naar het effect van de taal die wordt gesproken, dus of dezelfde persoon bij het spreken in twee verschillende talen (bijvoorbeeld Nederlands en Engels) dezelfde kenmerken vertoont.
