“Ik ben onderweg. Misschien ben ik een klein beetje te laat”. Dit whatsappbericht ontvangt de moeder van Orlando Boldewijn van haar zoon op zondagavond 18 februari 2018. Het is al bijna middernacht en ze stuurt terug dat hij al te laat is – hij moet de volgende dag gewoon weer naar school – maar dat ze hem zo wel ziet. “oké tot zo”, volgt er dan, maar Olando komt die nacht niet thuis. Volgens een goede vriendin van Orlando gebruikt hij altijd afkortingen op whatsapp. Zo schrijft hij bijvoorbeeld “miss” en “ok”. Daarom gelooft ze niet dat hij de berichtjes zelf heeft getypt. Volgens de politie zijn er echter geen aanwijzingen voor een misdrijf, waardoor de zoektocht langzaam op gang lijkt te komen. Zes dagen na zijn vermissing vindt de politie het lichaam van Orlando in een grote plas in de Haagse wijk Ypenburg. Had het taalgebruik in de whatsappberichten aanleiding moeten zijn voor een Amber Alert en een grootschalige zoektocht? Kun je aan een bericht zien door wie het is geschreven?
In deze post leg ik uit in welke mate iemands taalgebruik vergeleken kan worden met een vingerafdruk.
Een vingerafdruk is uniek
Samen met DNA wordt de vingerafdruk wel gezien als de koning van het bewijs. Als je vingerafdruk wordt gevonden op de plaats delict, heb je echt wat uit te leggen. De nummer één regel voor inbrekers is dan ook om handschoenen te dragen, zodat ze hun vingerafdruk niet kunnen achterlaten. De analyse van vingerafdrukken (met een moeilijk woord: dactyloscopie) werkt als volgt: een vingerspoor van de plaats delict wordt zichtbaar gemaakt en veiliggesteld. Dat vingerspoor kan worden vergeleken met de vingerafdruk van een verdachte. Als er voldoende overeenkomsten worden gevonden tussen het vingerspoor en de vingerafdruk – en geen onverklaarbare verschillen – is er sprake van een “match”. Deze manier van matchen is mogelijk omdat we weten dat onze vingerafdrukken uniek zijn: geen twee vingerafdrukken zijn hetzelfde.
Hoe zit dat met ons taalgebruik? Wat we in ieder geval weten is dat één enkel kenmerk bijna nooit helemaal uniek is. Zo wordt een afkorting als “miss” voor “misschien” wel door meer mensen gebruikt. Daarom is, net als bij vingerafdrukken overigens, een combinatie van kenmerken nodig om een kenmerkend profiel te krijgen.
Het geheel aan taalkundige elementen dat iemand gebruikt wordt ook wel idiolect genoemd. Dit past in een rijtje met -lecten die binnen een taal (zoals het Nederlands) worden gesproken:
- Dialect: Taalvariant die wordt gesproken door een groep mensen uit een bepaalde streek (bv: het Maastrichts of Amsterdams)
- Sociolect: Taalvariant die wordt gesproken door een groep mensen met vergelijkbare sociale kenmerken, zoals opleiding, migratieachtergrond, gender, of leeftijd.
- Idiolect: Taalvariant die wordt gesproken door één individu.
Vingerafdrukken zijn opgeslagen in databanken
Heeft iedereen dan een uniek profiel? Eigenlijk weten we dat niet. Dat is nog nooit onderzocht met aantallen zoals dat bij vingerafdrukken is gedaan. In het geval van vingerafdrukken en ook DNA heeft de politie databanken waarin duizenden profielen zijn opgeslagen. Ze hoeft dus niet altijd zelf op zoek te gaan naar een verdachte: soms heeft ze geluk en matcht een gevonden spoor met het profiel van iemand uit de databank. Bij taalgebruik is dat niet het geval. Wil je een berichtje aan een individu kunnen linken, heb je daarom altijd referentiemateriaal nodig. Dat wil zeggen: andere berichten waarvan je zeker weet dat ze door dat individu zijn geschreven.
Als we van iedereen de whatsappberichten zouden verzamelen in een databank, zouden we die dan kunnen gebruiken om criminelen op te sporen? Dat is een interessante gedachte. Hierbij speelt echter een volgend probleem: taalgebruik is niet vast, maar wordt aangepast op de situatie.
Vingerafdrukken zijn onveranderlijk
Wat vingerafdrukken zo sterk maakt, is dat ze niet afhankelijk zijn van de context. Je vingerafdruk blijft je hele leven hetzelfde. Hoe anders is dat met taalgebruik: dat hangt af van heel veel verschillende factoren. Zo kan het zijn dat Orlando naar zijn vrienden altijd afkortingen gebruikte, maar in berichten naar zijn moeder alles uitschreef. Zonder dat te verifiëren valt er weinig te zeggen over hoe waarschijnlijk het is dat Orlando het bewuste bericht zelf heeft geschreven. Behalve de afzender kunnen nog andere factoren een rol spelen, zoals de stemming van de auteur en de manier van typen: via de telefoon of via de computer.
Bij een vergelijking moet dus altijd rekening worden gehouden met de omstandigheden waaronder het bericht is geschreven. Dat maakt het lastig om auteurschap vast te stellen bij afscheidsbrieven van auteurs die mogelijk vrijwillig zijn vertrokken of uit het leven zijn gestapt. Als ze door iemand anders gedood zijn die de brief heeft geschreven, verwacht je dat te zien aan het taalgebruik. Maar ook als ze de brief helemaal zelf hebben geschreven kan door emoties en levensveranderende beslissingen het taalgebruik afwijken van eerdere brieven van de persoon.
Vingersporen zijn geen vingerafdrukken
Bij vingerafdrukken speelt dit probleem niet: je vingerafdrukken hangen niet af van je humeur. Wat daar wel bij speelt is dat vingersporen op de plaats delict niet netjes als een stempel zijn geplaatst, maar vaak geveegde en onvolledige afdrukken zijn. Dat maakt dus dat de sporen die gevonden worden niet één op één overeenkomen met de vingerafdrukken die als referentiemateriaal worden gebruikt. Hierdoor moet een onderzoeker toch interpreteren in welke mate een overeenkomst of een verschil betekenisvol is.
Bij “taalsporen” speelt hetzelfde: als er alleen één WhatsApp-bericht wordt achtergelaten, zitten hier weinig aanknopingspunten in. Het is slechts een beperkt fragment van iemands taalgebruik. Een rechercheur en later een rechter moet het taalkundige bewijs dus altijd interpreteren in samenhang met al het andere bewijs.
De taalkundige vingerafdruk bestaat niet
Hoewel sommige taalkundigen graag spreken van een taalkundige vingerafdruk, is dit een misleidende term. Taalgebruik is teveel afhankelijk van de context om op hetzelfde niveau als een vingerafdruk geplaatst te worden. Daarnaast is (nog) niet vastgesteld of een profiel van taalkundige kenmerken uniek is, oftewel: dat er geen twee mensen op de wereld zijn die precies dezelfde kenmerken vertonen.
Meer weten?
Ludolf Maat (2007). Vingerafdrukken. NEMO Kennislink: https://www.nemokennislink.nl/publicaties/vingerafdrukken/
Sander Sonnemans, Jitske-Sophie Venema, & Marjolein Groenendijk (2018). Vermiste Orlando (17) acht dagen later in water gevonden bij Ypenburg. Algemeen Dagblad: https://www.ad.nl/binnenland/vermiste-orlando-17-acht-dagen-later-in-water-gevonden-bij-ypenburg~ac0402f9/
Hoofdfoto: Gerd Altmann via Pixabay.
