In slow motion gaat het masker omlaag. Een grote slordig gehechte snee over zijn wang wordt zichtbaar. De moordenaar kijkt toe hoe zijn slachtoffer langzaam doodgaat. Met zijn vingers schminkt hij het gezicht van zijn slachtoffer zwart met wit, als het masker van een pulcinella. “Een pulcinella was vroeger een soort clown, die mensen voor de gek hield,” verklaart dr. Spencer Reid aan zijn team. “Hij had meestal geen stem, dus de moordenaar heeft waarschijnlijk een of andere verwonding waardoor hij niet kan praten. Zijn slachtoffers hebben hem vast voor de gek gehouden.”
Deze post verscheen op 14 januari 2016 op de website van het Criminologisch Netwerk Nederland.
Het elfde seizoen van mijn lievelingsserie Criminal Minds is deze maand begonnen. Ik ben verdiept in de eerste uitzending als mijn huisgenoot de woonkamer binnenkomt. Hij kijkt verbaasd naar de televisie en werpt me een afkeurende blik toe. “Ben je nou Criminal Minds aan het kijken? Maar je studeert toch criminologie?” Hij vergelijkt het met een arts die naar House kijkt, omdat het daar allemaal veel spannender is dan in de echte wereld. “Maar het is natuurlijk niet waarheidsgetrouw.”
Ergens heeft hij wel gelijk. Criminal Minds waarheidsgetrouw? Ze proberen het misschien wel, maar het blijft televisie. Ik kijk het ook niet om er iets van te leren. Toch is de serie een van de redenen waarom ik dit jaar de master Psychology and Law ben gaan doen. De combinatie van psychologie en recht spreekt me enorm aan. En ook al wordt het in de serie allemaal extra aangedikt en komen de voorspellingen vaak volledig uit de lucht (lees: de computer van technisch analiste Garcia) vallen, de FBI past daderprofilering in het echt ook op grote schaal toe.
Afgelopen voorjaar volgde ik een training forensische taalkunde aan de Hofstra University in Hempstead, New York. Daar kregen we les van voormalig FBI-agent James Fitzgerald, die nu advies geeft aan de bedenkers van Criminal Minds. De aflevering ‘Gabby’ uit seizoen 9 is bijvoorbeeld gebaseerd op een van zijn zaken. Een verdachte noemde een ‘light bulb’ (gloeilamp) tijdens het politieverhoor ‘light bug’. Toevallig stond dat ook in een van de brieven die de dader aan de politie had geschreven. Het gebruik van deze term bleek ontzettend uniek: geen enkele deskundige had er ooit van gehoord en ook het intypen in Google leverde niets op. De man werd mede dankzij deze vondst veroordeeld. (Update: zie ook mijn interview met Fitzgerald).
Criminal Minds maakt dus het liefst gebruik van bestaande zaken en neemt daarvoor speciaal deskundigen in dienst. De meeste bekende (serie)moordenaars hebben weleens als inspiratiebron gediend voor een spannende CM-aflevering, zoals de ‘Silencer’, de ‘Unabomber’, de ‘Zodiac Killer’ en zelfs Joran van der Sloot. Maar hoe zit dat nou met die daderprofielen? Die worden natuurlijk pas door de scenarioschrijvers van de serie in elkaar gezet op het moment dat de afloop al lang bekend is. Zo blijken ze ook vaak verrassend accuraat te zijn. Voor mijn scriptie voor de master Opsporingscriminologie dook ik in de theorieën die ten grondslag liggen aan daderprofilering. Die zijn helaas nog niet zo vergevorderd als de serie ons doet denken. Volgens veel wetenschappers is de reputatie van daderprofilering zoveel positiever dan de daadwerkelijke resultaten. Het wordt voornamelijk toegepast omdat mensen dénken dat het werkt.
Een zeer algemeen profiel wordt achteraf als heel waardevol en accuraat gezien, terwijl het eigenlijk op iedereen kan slaan. Dat wordt in de psychologie het Barnum-effect genoemd.
In de eerste aflevering van seizoen elf wordt de dader uiteindelijk gepakt op basis van een zeer gedetailleerd daderprofiel. De verwonding aan zijn gezicht zorgt er inderdaad voor dat hij niet meer kan praten. Hij belandt met dichtgenaaide mond in het ziekenhuis na een bloedstollend spannend gevecht met FBI-agent Derek Morgan. Als de gevaarlijke moordenaar naar zijn mond grijpt, waarschuw ik mijn huisgenoot dat dit een ranzige scène gaat worden. Eindelijk kijkt hij op van zijn telefoon en gaat er eens goed voor zitten, in plaats van alleen maar vervelende opmerkingen te maken (“dr. Reid, het is nu wel duidelijk dat je een nerd bent”, “waar haalt Garcia die gegevens nou weer vandaan” en “wat een stelletje superhelden” zijn slechts een paar van zijn ongevraagde commentaren). De dader steekt zijn vinger tussen zijn lippen en scheurt langzaam zijn hechtingen los. Mijn huisgenoot geeft een schreeuw en moet bijna kokhalzen. “Ik zei het toch”, zucht ik tevreden, blij met de goede afloop. Mijn huisgenoot kijkt me verontwaardigd aan. Eindelijk snoer ik hem de mond.
